close
  • donderdag 2 december
Zorg en Zekerheid

Afblijven, die borst is van mij!

Afblijven, die borst is van mij!

Toen ik als medisch journalist in 2007 Het Borstkankerboek schreef, samen met twee oncologisch chirurgen van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam, noteerde ik dat één op de negen vrouwen borstkanker kreeg. Nu, tien jaar later, is dat één op de zeven. Tachtig procent is vijftig jaar of ouder. Reden temeer om de verhalen van deze vrouwen te blijven optekenen.(JvB)

Voor het vierde verhaal in deze borstkankermaand spreken we met Sijke Adema (59)

Het woord borstkanker was niet eerder in haar familie gevallen, ook al had haar oma een borstamputatie ondergaan. ‘Och, die had een keer een knobbeltje gevoeld en dat moest weg’, werd er slechts over gezegd. Totdat haar zus zeven jaar geleden borstkanker bleek te hebben en een amputatie onderging. Een jaar daarna werd Sijke zelf met borstkanker geconfronteerd.

Het gaat goed met Sijke. “Ik heb weer energie en werk nu drie-en-een-halve dag in de week, bij de gemeente als administratief medewerkster. Bij de laatste controle kon de oncoloog me goed nieuws geven.” Dan zijn we zes jaar na de diagnose. “Ik had altijd al gevoelige borsten. Vanaf mijn achttiende was ik onder controle. Dan zat er weer een vetknobbeltje, dan weer een verdikking, maar iets ernstigs was er nooit aan de hand. Ik mocht zelfs de jaarlijkse controles stoppen, toen ik vanwege mijn leeftijd ‘de bus’ ging bezoeken.”

Sijke bezocht in maart de bus in het kader van het landelijk bevolkingsonderzoek naar borstkanker en in mei onderging ze naar wat leek de laatste ziekenhuiscontrole waarbij ze een mammografie kreeg. Er bleek in beide gevallen niets aan de hand. In de zomervakantie zag ze echter een vervorming aan een van haar tepels. “Ik was er niet gerust op, maar ik ben ook geen achttien meer, dus dacht ik niet direct het ergste.” Voor de zekerheid liet ze er naar kijken. “Het was tijdens een personeelsuitje dat ik even tussendoor voor controle ging. Ik was die controles zo gewend dat ik daar niet ingewikkeld over deed. Omdat de arts het niet helemaal vertrouwde werd een biopsie genomen, en nog dacht ik: ‘ach, er is nooit iets aan de hand, dus dat zal nu ook wel zo zijn’.” Een week later kreeg ze de uitslag en die deed haar enorm schrikken. “Ik bleek een tumor te hebben van wel vijf tot zes centimeter. Ik schrok enorm en was ook boos. Hoe kon dit nou? Al die jaarlijkse controles bleken geen garantie om geen borstkanker te krijgen.”

‘Ik vroeg de mammacare-verpleegkundige waarom ze me dit niet eerder had verteld’

“De chirurg stelde direct amputatie voor, maar ik kon alleen maar denken: ‘daar komen jullie niet aan, die borst is van mij’. Het was een primaire reactie, volledig vanuit mijn binnenste. Natuurlijk wist ik dat dit de beste oplossing was. Het moest.” De chemotherapie die vooraf werd ingezet om de tumor te doen slinken, bleek niet het gewenste resultaat op te leveren. “De tumor was slechts een halve centimeter geslonken. Dus die borstamputatie bleek echt onvermijdelijk. Toen een van de snijvlakken niet helemaal schoon bleek, kwam er ook nog bestraling achteraan. Pas na een jaar was ik uitbehandeld.”

Sijke dacht dat de kous daarmee af was. “Zo zit ik in elkaar. De behandeling klaar, dan weer gewoon aan het werk.” Maar van ‘gewoon’ bleek geen sprake. Het lukte Sijke niet om haar werk meteen weer op te pakken. “Het enige dat ik nog moest was het slikken van hormoontabletten. Verder dacht ik dat alles wat borstkanker betreft achter de rug was. Maar niets lukte me. Ik was daar best wel door in de war en vroeg ook de mammacare-verpleegkundige waarom ze me dit niet eerder had verteld. Op mijn werk huilde ik al bij het opstarten van de computer en voelde me vreemd. Mijn hoofd werkte niet naar behoren, ik leek niets meer te weten of te onthouden.” Het eerste half jaar was er slechts sprake van een paar uurtjes per week werken. “Ik heb gevraagd om de eerste periode geen klantencontact te hoeven hebben. Ik kon daar niet goed mee overweg. Ik vond dat iedereen maar wat zeurde. Wat ík had meegemaakt was veel erger, meende ik.”

Sijke was verdrietig en boos. “Dan keek ik naar mezelf in de spiegel en was dan enorm verdrietig over het missen van die ene borst. Inmiddels heb ik een reconstructie ondergaan en heb ik weer een borst. Het was een pittige operatie, maar ik ben er zo blij mee. Ik had dat echt nodig om er weer bovenop te komen. Ik voel me er weer compleet door en ik straalde in mijn nieuwe bikini tijdens de eerstvolgende vakantie. Geweldig!”

‘Na drie uur in de middag is het echt wel op’

“Ik ben heel open over wat er is gebeurd en als men nieuwsgierig is hoe het er uit ziet, schroom ik niet om mijn nieuwe borst aan familie of collega’s te laten zien. Dat is voor mij een belangrijke stap, en daarmee heb ik ook mijn eigenwaarde weer terug. Het enige wat me tegenvalt is soms de energie. Regelmatig lukt het me niet om de acht uren die ik werk op een dag vol te maken. Na drie uur in de middag is het echt wel op. Dan is mijn hoofd vol en wil het niet meer. Daar komt mogelijk een oplossing voor als ik binnenkort zestig jaar wordt. Dan ga ik een dag minder werken en kan ik eventueel de overige uren anders over de dagen verdelen.

Wil je meer informatie over borstkanker of loop je rond met een prangende vraag? Ga dan naar de website van Borstkankervereniging Nederland.

Geschreven door: Julia van Bohemen