close
  • woensdag 27 mei
Algemeen

Alledagjes: Help! Corona! Een dagboekje (deel 32)

Alledagjes: Help! Corona! Een dagboekje (deel 32)

In tijden van Coronacrisis houdt Tietia Feikens een dagboek bij over alles wat haar bezighoudt in deze zorgelijke, verwarrende en vooral ongekende tijden. Vandaag deel 32. (Eerdere delen zijn te lezen via deze link)

Woensdag 13 mei

Vanochtend coach ik voor het eerst weer ‘live’ een klant in de spreekkamer. Toch een hele verbetering hoor. Veel informatie die je krijgt als coach is non-verbaal, houding, gezichtsuitdrukking, oogopslag en dergelijke. Sowieso is 70% van de informatie die we delen als mensen non-verbaal. Dat zie je niet door de telefoon. Ik ben blij dat dit weer kan, en mijn klant ook. We houden beide keurig de anderhalve meter aan.

Tussendoor even snel de tuin in voor een paar kleine klusjes om het hoofd even leeg te maken, want vanochtend heb ik ook nog een gesprek met een uitgever. Ik heb haar gevraagd of ze een aantal van mijn corona-hoofdstukken wil lezen, want ik wil mijn corona dagboek graag in boekvorm laten uitgeven. De uitgeefster is enthousiast over mijn idee en wil het graag uitgeven. Joepie! Ik maak even een rondedansje door de kamer. Maar…er hangt een pittig prijskaartje aan. Hoe ik dat op ga lossen weet ik nog niet, maar als ik bij voorinschrijving 100-200 mensen bereid zou kunnen vinden mijn boek te kopen, dan durf ik het aan. Dan moet ik zelf ook nog het één en ander bijleggen, maar dan kan het. En wie weet lukt het me om me te laten sponsoren.

Jan haalt de caravan op en die staat nu op de oprit. Nu hebben we een dikke week om hem schoon te maken, alle spullen er in te zetten en het bed op te maken, voordat we naar Luxemburg vertrekken. Ik ga er nog steeds van uit dat dit door kan gaan. Al las ik op de site van de ANWB dat gedeeld sanitair ook in Luxemburg nog niet open mag/is. Die indruk heb ik niet van onze campingeigenaresse gekregen, maar die zei ook dat ze vanaf 15 mei opengaan. Dat is vrijdag. Misschien dat de toiletgebouwen dan weer open mogen daar. Volgende week ga ik even met haar bellen. Dan kan ik Jan z’n moeder ook gerust stellen. Zij vindt het maar niets dat we gaan. Ze is bang dat we in België of Luxemburg vast komen te zitten of daar ziek worden. ‘Ik zal blij zijn dat jullie weer terug zijn’ zei ze.

Donderdag 14 mei

Ik begin de dag met Nederland in beweging, waarbij ik er voor waak mijn rechterknie niet al te zeer te belasten, want daar heb ik al weken last van. Niet als ik gewoon loop maar eigenlijk alleen met traplopen. Ik wil tijdens de vakantie lekker kunnen wandelen en fietsen, dus dan ben ik nu liever voorzichtig. Weet je wat ik het leukst vind in de vakantie? Samen met Jan heerlijk door onbekende stadjes, dorpen en gebieden dwalen en grote en kleine avonturen beleven. Dat is voor mij het toppunt van vakantie vieren. Ik verheug me er op!

Het is wel wat decadent, dat realiseer ik me best, maar vanochtend heb ik ook al vast onze tweede vakantie geboekt. In oktober vliegen Jan en ik, als alles doorgaat, naar Kreta om tien dagen te verblijven bij mijn vrienden D. en S. in Mirtos, in hun appartementenhotel. We hebben ook wel eens vier weken zomervakantie achter elkaar gehad, maar Jan en ik hebben er dit keer voor gekozen om de vakantie in tweeën te delen, zodat we later in het jaar ook nog iets hebben om naar uit te kijken. Uit ervaring weet ik dat je het ijzer maar het beste kunt smeden als het heet is; het was Jan zijn idee om weer naar Kreta te gaan en dan weet ik dat ik maar beter direct kan boeken, voordat hij gaat twijfelen. Zo van: ach is het nu wel nodig? We zijn pas nog op vakantie geweest? Het is toch wel veel geld. En nu is het geboekt, dus het staat. Bovendien waren de vliegtickets nu heel goedkoop. Het kan natuurlijk dat de coronacrisis roet in het eten gaat gooien, maar dan krijgen we vast wel een voucher, of zoals de overheid nu wil, ons geld terug.

Vrijdag 15 mei

Hoera! Ik ga naar de kapper! In een eerder hoofdstuk schreef ik al over Agnetha mijn kapster, die eerst in Leeuwarden werkte, maar nu in Burgum een kapsalon aan huis heeft. Ze knipt me al bijna 25 jaar naar volle tevredenheid en daarom tuf ik met zekere regelmaat naar Burgum. Soms samen met Jan maar vandaag alleen. Ik kijk er naar uit me even lekker te laten vertroetelen en mijn kraaiennest te laten fatsoeneren. Veel mensen vinden het niet fijn als iemand aan hun hoofd zit, maar ik vind het zálig! Ik kwijl nog net niet. En dus zie ik zo’n bezoekje aan Agnetha als een heerlijk momentje voor mezelf. Het is vandaag typisch zo’n dag van blunders en ongelukjes. Meestal voel ik dat ’s ochtends direct bij het opstaan al; van die domme dingen die misgaan en dat je je zó onhandig voelt. Als ik in Burgum uit de auto stap en het portier dicht doe krijg ik een enorme optater van mijn auto. Ik ben zo statisch als wat! Het zal mijn jasje van synthetisch materiaal wel zijn en dat in combinatie met de droge lucht. En mijn enorme gevoeligheid voor statische elektriciteit. Ik heb zelfs zo’n dingetje aan mijn sleutelbos met een zekeringetje er in, dat de schok op moet vangen als je het tegen de auto houdt. Maar ja, dat doe ik nu net niet. Als door een slang gebeten spring ik achteruit, waarbij een mij ontwijkende fietser ‘Hé kiek uut juh!’ schreeuwt. Ik hoop niet dat dit de opmaat voor de rest van de ochtend is.

Agnetha en ik begroeten elkaar enthousiast. Zij is druk aan het poetsen en verzucht dat ze kapster is maar in deze tijd voor het grootste deel schoonmaakster. ‘Ik doe niets anders dan poetsen, zegt ze, maar ja je moet wel nu met die corona maatregelen’. Ik kijk rond in de kapsalon en zie het zwart gele tape op de grond, een plastic scherm naast een stoel voorin de zaak en postertjes op de spiegels. En de indeling is anders, er staan minder stoelen. Agnetha heeft er werk van gemaakt, van de corona maatregelen. Ik ken haar niet anders, consciëntieus als ze is. Tijdens het haar wassen masseert ze stevig mijn hoofdhuid, heerlijk! Als ik een kat was zou ik nu liggen spinnen. Ik waak ervoor mijn handen niet op de leuningen van de stoel te leggen, anders moet Agnetha die ook weer schoonmaken. Als ik op sta om naar een andere stoel te lopen merk ik dat zij afstand houdt. ‘Het is heel dubbel, zegt ze, in de zaak moet ik anderhalve meter afstand houden maar in de stoel zit ik aan je haar’. Ik zie nu ook wat er op de postertjes op de spiegel staat. Het komt er op neer dat je beide je mond even houdt op het moment dat Agnetha aan de voorkant moet knippen, zodat er tijdens het praten niet te veel minuscule druppeltjes door de lucht vliegen die je zouden kunnen besmetten. Gelukkig is ze aan de voorkant snel klaar, want we zitten beide op de praatstoel. Dat heb je als je elkaar zo lang niet ziet.

Het resultaat mag er zijn, ik zie er direct weer tien jaar jonger en hipper uit. Agnetha is haar gewicht in goud waard! Nu ik toch in Burgum ben kan ik gelijk even een cadeautje halen voor mijn dochter, die maandag jarig is. Ze wil graag een paar plantjes in leuke potjes voor in de vensterbank. Ik vraag Agnetha waar een bloemen-en plantenzaak is en ze legt dat zo goed uit dat ik, zelfs met mijn gebrekkige richtingsgevoel, direct denk te weten hoe ik er moet komen. Maar eerst vraag ik haar of ik nog even bij haar naar het toilet mag. ‘Ja hoor ga je gang’, zegt ze en stapt al vegend opzij om mij op anderhalve meter te laten passeren. Ik trek de deur open en stap naar binnen. In de bezemkast. Tot groot vermaak van Agnetha en mezelf. En als ik naar de kassa wil lopen struikel ik over mijn eigen voeten, zodat ik bijna languit over de vloer ga. ‘Lekker bezig Feik!’ roep ik tegen mezelf. Hopelijk is het nu klaar met die rare fratsen.

De bloemenzaak weet ik inderdaad zonder verdwalen te vinden, dat is mooi meegenomen. Ik zoek twee leuke plantjes met hele leuke potjes uit voor R. en vraag de dame achter de toonbank (achter plexiglas) of ze het even leuk in wil pakken. Dat wil ze. Ondertussen zoek ik een leuk kaartje uit. Ik zie er eentje met leuke plantjes er op, bijna dezelfde die ik gekocht heb. Dat past dus mooi. Lokwinske, gefeliciteerd, staat er op. In mijn nopjes loop ik met een goed geslaagd cadeau, al zeg ik het zelf, terug naar het grote plein waar mijn auto staat. Bij de viswinkel koop ik twee broodjes met haring en uitjes, lekker voor de lunch straks. Met het anti-statische dingetje in mijn hand lukt het me de auto te openen zonder weer een schok te krijgen. Voor de zekerheid trek ik mijn nylon jasje uit en leg het in de kofferbak.  Vervolgens pak ik R. haar cadeau voorzichtig van het dak en leg het naast mijn jasje. Dan pas zie ik wat er echt op het kaartje staat: Lokwinske mei jimme troudei (gefeliciteerd met jullie trouwdag). Nou lekker dan!

Geschreven door: Tietia Feikens

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook