close
  • zaterdag 4 juli
Zorg en Zekerheid

Alledagjes: Help! Corona! Een dagboekje (deel 40 / epiloog)

Alledagjes: Help! Corona! Een dagboekje (deel 40 / epiloog)

In tijden van Coronacrisis houdt Tietia Feikens een dagboek bij over alles wat haar bezighoudt in deze zorgelijke, verwarrende en vooral ongekende tijden. Vandaag het voorlopig laatste deel, deel 40. (Eerdere delen zijn te lezen via deze link).

Hoofdstuk 40

Epiloog: Leven en dood, verdriet en feest

Zondag 14 juni

40 Hoofdstukken lang heb ik mijn wel en wee met jullie gedeeld, voor wat betreft mijn ervaringen met de corona crisis. Van het eerste begin, toen we nauwelijks wisten wat ons overkwam, tot op heden, nu we er aan gewend zijn en we zullen moeten leren leven in een anderhalve meter samenleving. Maar daarover zo dadelijk meer. Een paar duizend mensen leefden met me mee en de reacties die ik kreeg op mijn dagboek waren prachtig; mensen herkenden zich in mijn verhalen, die gewoon mijn dagelijkse werkelijkheid laten zien. Vaak hoorde ik dat ze door het lezen het gevoel hadden dat ze er bij waren of dat ze het zó voor zich zagen. Iemand schreef dat ze van plan was haar huis schoon te maken maar dat ze begon te lezen in hoofdstuk 1 en niet meer kon stoppen. Voor mij heel waardevolle reacties die me hebben geholpen bij de beslissing mijn corona dagboek in boekvorm uit te laten komen. Een uitgever heb ik al gevonden. Aan het uitgeven van een boek hangt natuurlijk een prijskaartje. Daarom komt er gauw de mogelijkheid om het boek bij voorinschrijving te reserveren. Als ik 100 mensen heb die het willen kopen kan ik het laten drukken. Binnenkort meer hier over op de site van 50plusinfriesland.

Terug naar nu. Tot nu toe heb ik me over het algemeen onthouden van commentaar of een mening over de corona maatregelen. Ik heb geschreven over wat mij in corona tijd overkwam. Net als dat iedereen overkwam. En hoe dat voelde en wat ik dacht. Maar nu heb ik toch de behoefte om ergens iets van te vinden. Dat kwam door het bericht dat er een wet komt om de anderhalve meter samenleving te handhaven. Een wet mensen! Nou dat schoot mij volkomen in het verkeerde keelgat. Tot nu toe hebben we het gedaan met, soms dringende, adviezen. Het is verstandig als de overheid ons hierover adviseert want we weten zelf ook niet zo goed wat we moeten doen soms. Maar meer moet dat ook niet zijn als je het mij vraagt. Je kunt geen ijzer met handen breken. Volgens mij is die anderhalve meter niet met een wet te handhaven. Hoe meer ik erover nadacht, hoe absurder het me voor kwam. Ik kon er niet goed woorden aangeven, tot ik een bericht op Facebook tegenkwam wat, in mijn ogen, de absurditeit van deze wet onderstreept:

Je gaat naar de kapper en je kapper heet Bjørn. Bjørn zit heerlijk twee uur aan je haar te frummelen, staat tegen je aan. Jullie lachen en praten en noch Bjørn noch jij dragen een mondkapje of handschoenen. Bjørn masseert je hoofdhuid nog even bij het wassen en föhnt het lekker in model. Heel blij stap je naar buiten.

Dan zit je iets later op een terrasje met Piet. Piet en jij latten. Maar je mag gewoon – met z’n tweeën maximaal – dicht op elkaar zitten. Dan komt Bjørn opeens aanlopen. Jullie kennen elkaar goed dus je wilt hem een drankje aanbieden. Echter, Bjørn moet op 1,5 meter afstand blijven zitten opeens, anders wellicht een dikke boete als er een BOA langs zou lopen.

Piet staat op en gaat alvast naar huis.

Nu mag Bjørn weer naast je zitten en aan je haar zitten. Je kind komt eraan en ook zij is klant bij Bjørn. Nu moet je dochter echter op 1,5 m gaan zitten, want anders boete. 

Pas wanneer Bjørn weer opstapt, mag je kind naast je zitten.

Je vraagt de bediening om even een foto van jullie samen te maken met je telefoon. Dat mag helaas niet, hij mag je telefoon niet aanraken, zegt hij, terwijl hij je je glas overhandigt. Je neemt een slok en knikt.

Dan besluit je naar de film te gaan. Daar zit Bjørn. Je ploft naast hem, maar dat mag niet.

Je ziet een trailer van een film en Bjørn draait zich en roept door de zaal: zullen we daar samen heen gaan?

De volgende avond heb je samen kaartjes besteld en voila, Bjørn en jij mogen opeens naast elkaar zitten.

Maar daar is Piet! Die wilde de film last minute toch ook wel zien. Hij wil aan de andere kant naast je zitten.

Dat mag niet.

Hij mag wel naast je slapen, maar omdat je al met Bjørn zit, nu niet naast je zitten.

Bjørn wil na afloop naar huis, maar zijn fiets is gestolen. Je besluit hem met je auto naar huis te brengen. Piet wil ook meerijden. Dat wordt een probleem. Jullie zijn geen huishouden, dus feitelijk mag hij niet eens in je auto zitten en Piet ook niet. Je overweegt nog even of je ze in de kofferbak zult gooien, maar besluit ze toch te vervoeren. Bjørn kan namelijk de bus niet nemen, want heeft geen mondkapje bij zich.

Jullie rijden een oud dametje aan. Nellie valt en je stopt (uiteraard). Bjørn springt uit de auto maar dan bedenken jullie je dat Nellie niet tot jullie huishouden hoort. Eh. This just opens up a whole new can of worms!

Nou ja, ze staat gelukkig zelf op. Jullie zwaaien Nellie opgelucht uit. De volgende dag zit Nellie bij Bjørn voor een watergolfje.

En Piet en jij boeken daarna een tripje naar Italië. In de trein naar Schiphol komen jullie Bjørn tegen. Maar bij elkaar zitten mag niet. Gelukkig zitten jullie wel in hetzelfde vliegtuig. Gewoon naast elkaar!

Bovenstaand verhaal illustreert wat ik bedoel. Het lijkt absurd en om hier een wet voor te maken en onmogelijk om deze te handhaven. Bovendien gaat deze wet voorbij aan elke eigen verantwoordelijkheid van ons als burgers. En over het algemeen zijn we verantwoordelijk. Ook ik. Maar soms ook niet. Dan zijn er van die situaties…

De afgelopen week is een rare week, die in het teken staat van leven en dood en feest en verdriet. De eerste helft van de week kenmerkt zich door de ‘na-de-vakantie-drukte’. Je kent het wel, opruimen, schoonmaken en allemaal andere taken die na een vakantie opeens weer op je af komen. En de laatste voorbereidingen voor het feest van mijn ouders moeten gedaan. Ik zit al weer helemaal met mijn kop in de drukte en dan opeens op donderdagochtend besef ik opeens hoe betrekkelijk alles is; Mijn zoon belt dat de vader van zijn beste vriend, die hij ook al zijn hele leven kent, plotseling overleden is, 60 jaar jong. Mijn zoon is verdrietig en ik probeer hem te steunen. Zijn beste vriend stuur ik een berichtje en ik zoek een rouwkaart uit voor de familie. ’s Middags belt mijn dochter ‘niet schrikken mam maar T. ( mijn zoon ) heeft een erg auto-ongeluk gehad en ligt in het ziekenhuis. Maar het gaat goed met hem, hij heeft alleen een geneusde voet en een lichte hersenschudding’. Mijn dochter is bij hem gelukkig. Verder hoor ik nog in de verte dat hij uit het wrak gezaagd is en dat de mensen van de traumahelikopter en de brandweer hem hebben moeten bevrijden. De tijd staat plotseling stil en mijn hart lijkt gestopt te zijn met kloppen. Ik word ijskoud van schrik. En dan besef ik opeens dat het een haar gescheeld heeft of ik was mijn zoon verloren en ik begin onbedaarlijk te snikken. Mijn dochter wacht even tot ik wat rustiger ben en vertelt dan de toedracht van het verhaal. Ik wil het liefst in mijn auto springen en met hoge snelheid naar het ziekenhuis scheuren. Maar mijn zoon heeft expliciet aangegeven dat dit niet hoeft omdat hij zo dadelijk naar huis mag waarschijnlijk. De rest van de middag ben ik aan de binnenkant één grote trillende gelatinepudding en ik blijf telefonisch en via de app in verbinding met mijn kinderen. Ik hoor de stem van mijn zoon en hij lijkt er inderdaad genadig afgekomen te zijn. Ik hou me rustig omdat ik hem niet wil opzadelen met mijn angst en verdriet. Hij heeft genoeg aan zichzelf nu. Maar als ik even later de foto’s zie van het ongeluk en het wrak, begin ik opnieuw te huilen, gewoon van opluchting dat mijn kind een engel op zijn schouder had. Hij had wel dood kunnen zijn!

Zaterdag is de dag van het feest. Met mijn zoon gaat het heel goed, hij heeft wat hoofdpijn en loopt op krukken vanwege zijn voet en zijn linkerkant is stijf en pijnlijk maar verder gaat het prima. Ik ben zó blij! Daarom ben ik sowieso in een feeststemming. Natuurlijk ook omdat mijn ouders het gepresteerd hebben om 60 jaar lang samen te blijven. Een bijzonderheid. Maar de anderen, mijn broers en schoonzussen met hun kinderen, Jan en mijn dochter en haar vriend, zijn ook uitgelaten merk ik ’s ochtends, als we in het park waar het feest plaatsvindt, de boel aan het versieren zijn. We hebben veel lol en verheugen ons op de dag. Drie kwartier later komen mijn ouders aan en met zijn allen vormen we een erehaag voor hen. De bedoeling was voor de grap allemaal een feesthoedje en een mondkapje te dragen maar omdat we allemaal op een rolfluitje, of een trombone of een saxofoon willen blazen gaat dit lastig. Dus de mondkapjes bungelen aan oren of onder kinnen, op het moment van de muzikale serenade. Mijn ouders stralen! Van te voren hebben we met elkaar overlegd, wat doen we? Knuffelen, kussen, een hand geven? De meningen waren verdeeld. Maar nu, precies op het moment dat mijn ouders van het bruggetje afstappen, zijn we alles vergeten, de hele corona-shit. We zoenen en omhelzen elkaar allemaal. We lijken wel een uitgehongerde troep wolven. Wat een feest!

Mijn ouders hebben een fantastische dag! En wij ook. Het weer is geweldig, evenals de omgeving. We drinken koffie, picknicken met elkaar en doen allerhande buitenspelletjes. De sfeer is opperbest. En ’s middags komt mijn zoon langs, op krukken. De vriend van mijn dochter heeft hem opgehaald. Het had niks gescheeld of het hele feest van mijn ouders had niet door kunnen gaan. Voor hetzelfde hadden we iemand moeten begraven. Ik heb mijn kind nog niet weer gezien; hij logeert bij zijn vader en stiefmoeder en ik voel me daar niet welkom, zodat ik tot vandaag heb moeten wachten. Eindelijk! Ook mijn zoon wordt door iedereen gezoend en geknuffeld maar het meest door mij. Ik houd hem zó stijf en lang vast dat ik zijn zachte druk voel om vrij te komen, pas dan laat ik hem los. Ik ben een dankbare en blije moeder. Mijn zoon blijft een paar uurtjes en wordt daarna opgehaald door een vriend. Hij moet op condoleance.

Je kunt van te voren nog zo bedenken wat je in een bepaalde situatie zult doen maar er zijn momenten waarop wordt je ingehaald door de werkelijkheid. Soms is het ondoenlijk om je aan alle corona maatregelen te houden. Wij zijn mensen en geen robots. We doen wat ons verstandig lijkt en proberen ons verantwoordelijk te gedragen maar soms lukt dit even niet. Maar daarom zijn we nog geen misdadigers. Hoe het nu verder gaat met de anderhalve meter wet en met onze anderhalve meter samenleving? Wie zal het zeggen? Eén ding is zeker, het gaat altijd anders dan je denkt. Laten we bidden en hopen dat er geen tweede corona golf komt. Daar zullen we met zijn allen zorg voor moeten dragen. Vanaf nu houd ik me ook gewoon weer aan de maatregelen.

Geschreven door: Tietia Feikens

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook