close
  • vrijdag 3 april
Algemeen

Alledagjes: Help! Corona! Een dagboekje (deel 6)

Alledagjes: Help! Corona! Een dagboekje (deel 6)

In tijden van Coronacrisis houdt Tietia Feikens een dagboek bij over alles wat haar bezighoudt in deze zorgelijke, verwarrende en vooral ongekende tijden. Vandaag deel 6. (Eerdere delen: deel 1 , deel 2, deel 3, deel 4, deel 5)

Zaterdag 21 maart

Zaterdag is het een prachtige dag. De lucht kan niet blauwer zijn. Alsof je er zo in kunt verdwijnen. Dat gevoel had ik als kind al, als ik op zo’n dag als vandaag naar de lucht staarde. Zó helderblauw zie je de lucht maar enkele dagen per jaar. Wij wonen op een plekje waar met mooi weer het halve dorp voorbij komt, met of zonder hond of honden. Dan heb je gauw even een praatje op het weggetje of met buren die even het erf op komen lopen. Ik heb even een gesprekje met mijn buurvrouw. Zonder het er over te hebben houden wij meer dan anderhalve meter afstand van elkaar. Wij zijn ook beide van: beter voorkomen dan genezen. Maar ik zie Jan met meerdere mensen praten en niet genoeg afstand houden. Later hebben we het erover en hij zegt ‘ja ik vergeet dat gewoon’. En blijkbaar zijn er meer mensen die dat vergeten.

In de middag lees ik op Facebook van een oud-collega dat hij ook door het Coronavirus getroffen is. Gelukkig gaat het naar omstandigheden redelijk goed met hem, hij heeft ‘milde’ klachten. Maar als je dan leest hoe heftig die milde klachten zijn dan gaat je hart uit naar mensen die het zwaar te pakken hebben. Mijn zoon appt later dat hij ziek thuis zit met een verkoudheid, maar hij heeft ook koorts gehad. ‘Is het Corona denk je?’ vraag ik hem bezorgd. ‘Geen idee’ zegt hij ‘maar ik ben al weer redelijk aan de beterende hand. En als ik me zorgen maak is het om de ouderen en de zwakkeren in de samenleving’. Hm, het bevalt me maar niets. We spreken af dat hij me goed op de hoogte houdt en natuurlijk wens ik hem beterschap.

’s Middags gaat Jan een geleend zeil terugbrengen naar een buurman en goeie vriend. Meestal drinken ze als ze elkaar zien even een bakje koffie of pakken een biertje. Ik vraag Jan om dat nu niet te doen. Ik zie aan zijn gezicht dat hij dit niet leuk vindt. Misschien vindt hij het sneu om een eventuele uitnodiging af te slaan. ‘Zeg maar dat ik het niet wil’ zeg ik tegen Jan, het kan me niet schelen wat anderen daar van vinden. De tijd van koffiedrinken en borrelen komt van zelf weer maar nu maar even niet’.

Zondag 22 maart

Weer zo’n mooie, heldere maar frisse voorjaarsdag. Ik heb wederom heerlijk geslapen en sta vrolijk en voor mijn doen, energiek, op. Ik merk dat mijn enigszins paniekerige gevoel van de eerste dagen verdwenen is. Voor het ontbijt hebben Jan en ik al drie kwartier met onze teckeltjes gewandeld. Lekker de frisse ochtendlucht opsnuiven. Van de week zag ik op tv iets voorbijkomen met allemaal bloeiende tulpenvelden, werkelijk práchtig! Al die kleuren, zo geweldig! Het programma volgde ik niet, maar ik zag alleen die heerlijke beelden. ‘Oh zullen we zondag even een bollentour doen?’ vroeg ik Jan. Jan vond het prima. Maar nu ik hem er tijdens het ontbijt weer aan herinner heeft hij niet zo veel zin. ‘Ah ga gezellig mee joh, zeg ik, zijn we er even lekker uit en we kunnen in de auto blijven zitten. Ik ga sowieso. Als je niet mee wilt ga ik alleen. Bovendien het kan nu nog’. Ik ben één van die mensen die die het gevoel heeft dat er totale een lock-down aan zit te komen. Ik voel gewoon dat ik er nog even uit moet en dat het me goed zal zijn om even andere landschappen en plaatsen te zien.

Jan kiest er toch voor om mee te gaan maar wijst me er wel op dat er volgens hem helemaal nog geen tulpen zijn. Dat de echte bollenroute pas ergens in april begint. ‘Nou er zijn vast wel een paar veldjes met vroege tulpen, zeg ik hoopvol, in de tuin bloeien er ook al een paar. En zo niet, dan zijn we er gewoon even lekker uit’.

Even later zijn we onderweg naar Creil in de Noordoostpolder. Jan rijdt en ik geniet van de uitzichten. Ik ben een ‘landschapsfreak’ en beleef een intens genoegen aan het kijken naar de voorbijglijdende, steeds veranderende omgeving. Alleen dat al maakt dat ik knor van genoegen tijdens zo’n autoritje. Het valt me op dat er veel mensen buiten zijn, wandelen, hardlopen en fietsen. En soms in hele groepen, dicht bij elkaar. Daar begrijp ik dan echt niks van! Waarom zou je het risico op besmetting niet liever voorkomen? In de buurt van Creil komen we al gauw tot de ontdekking dat Jan gelijk had; eindeloze velden met tulpen maar nog niet een bloem te zien! Zelfs niet eentje. Jan, die inmiddels ook geniet van de rit zegt er niets van. En ik heb een ander idee: ‘ Weet je wat we kunnen doen? We rijden terug naar Lemmer en vandaar naar Oudemirdum, kijken we even waar ons zomerhuisje ooit ook al weer stond. Dan gaan we via Rijs naar de IJsselmeerkust en die volgen we dan zoveel mogelijk tot aan Makkum en dan via Bolsward weer naar huis. Wat vind je daar van?’ vraag ik Jan. Jan vind het een leuk idee en we zetten koers naar Lemmer.

Vanuit Lemmer zetten we binnendoor koers naar de IJsselmeerdijk. En rijden over een heel smal weggetje dat we talloze malen eerder hebben gereden, langs een klein meertje dat de Leien heet. En daar gebeurt het! We zien een tegenligger in een klein model zwarte auto met een noodvaart op ons afkomen. Jan stuurt keurig in de berm, want anders kun je elkaar daar niet passeren maar het mag niet meer baten, Klabeng!!! De onverlaat in de zwarte auto rijdt zó onze buitenspiegel er af en komt 100 meter verderop slippend tot stilstand. ‘Godverdomme! schreeuw ik, wat een lul!’ Nu moeten we dus toch uit de auto.

Even zitten we naar adem te happen en dan stapt Jan uit om de schade op te nemen en ik loop naar de twee, naar nu blijkt jonge jongens toe. ‘Wat doe je nou? vraag ik de bestuurder, je rijdt véél te hard hier!’ ‘Nou, ik reed gewoon tachtig hoor’ reageert de jongen, die er uitziet als zestien, bot. ‘Ja maar je mag hier maar zestig en je moet in de berm om elkaar te passeren’ zeg ik verontwaardigd en probeer niet te schreeuwen. ‘Ja nou sorry hoor’ reageert de knul en hij haalt zijn schouders op. ‘Hoe oud ben je eigenlijk? vraag ik. Hij zegt dat hij 19 is en ik vraag hem naar zijn rijbewijs. Inderdaad, dat klopt. Ik maak er een foto van en ook van zijn kenteken. Al die tijd staat de andere jongen, die jonger is, er bedremmeld bij. Ik moet ze beide steeds vragen om afstand te houden, dat zijn ze blijkbaar niet gewend. Jan komt er ook bij en vraagt de roekeloze bestuurder naar zijn verzekeringspapieren. Die heeft hij natuurlijk niet bij zich. Jan vraagt wat hem in vredesnaam bezielde om zo hard te rijden op dit smalle weggetje. ‘Ik zei toch sorry, schreeuwt de jongen. We noteren zijn telefoonnummer en bellen dit voor de zekerheid en zeggen dat we nog contact opnemen om de boel te regelen. ‘Dus het is mijn schuld?’ schreeuwt de jongen en hij staat boos met zijn armen en bovenlijf te zwaaien. ‘Ja duh, reageer ik, wie anders?’ ‘Nou, ik zei toch sorry?!  schreeuwt de jongen nogmaals. We besluiten maar te vertrekken. Hier stil blijven staan heeft geen zin, de jongen gedraagt zich bot en onbeschoft.

We zetten koers naar Oudemirdum en hebben ons humeur niet laten verpesten. Ik zag in een flits hoe het ook af had kunnen lopen en besefte dat je geen boe of bah meer kunt zeggen als iemand met zo’n snelheid bovenop je klapt. Nu was het godzijdank alleen maar materiële schade. ‘Het is maar een spiegel’ zegt Jan en opgelucht vervolgen we onze weg. Langs de plek waar ons zomerhuisje stond, voordat het werd afgebroken, via Rijs langs de kust, door Warns naar Stavoren en van Stavoren naar Hindeloopen. En daar rijden we langs een viskraam die open is. ‘Oh we halen even een visje’ zegt Jan, terwijl hij al vast om zijn lippen slikt. We parkeren de auto vlakbij en kijken of het veilig is. Er staat één persoon binnen in de tent en één er buiten. Ik besluit de vis te halen en een eventueel risico te lopen, omdat Jan onze boodschappen en die van mem doet en zich zo blootstelt. Terwijl ik op onze lekkerbekjes sta te wachten komen er nog een paar klanten binnen die anderhalve meter niet zo nauw nemen. Ik merk dat ik dat toch eng vind en ga buiten in de wind staan wachten. Nadat ik contactloos heb betaald zie ik de dame van de viskraam met een doekje in de weer om het pinapparaat af te nemen. In de kraam hing ook keurig een ‘Corona-protocol’ op een poster.

Nu staat Jan en mij een uitdaging te wachten, want er is geen terras meer en dus geen tafels om aan te zitten of te staan om ons visje op te eten, dus dat moet in de auto. En dan de twee schuivende, glibberige lekkerbekjes op van die gladde kartonnetjes, de saus apart in bakjes mét deksel en zo’n plastic vorkje waar de kartelrand aan de verkeerde kant zit en dat überhaupt niet wil snijden. Nou je snapt het al, dat gaat natuurlijk niet goed. Allemaal vetvlekken op mijn splinternieuwe, gele winterjas! Potverdorie! En dan moet Jan ook nog weer de auto uit, omdat we geen servetjes hebben en ik blijf achter, balancerend met twee gladde kartonnetjes met schuivende lekkerbekken er op. Waarvan ik van één net een grote hap had genomen en waarvan ik nu een mond vol vis met graten heb. Ik heb niet nog een hand over om die uit mijn mond te vissen. Wat ik sowieso niet gedaan had want ik was vergeten mijn handen te desinfecteren. Dus er zit niets anders op dan de hap vis mét graten met mijn kaken totaal te vermalen en in één keer door te slikken. Gelukkig zitten we even later heerlijk te smikkelen en te genieten!

’s Avonds nemen we de gebeurtenissen nog even door. Het heeft ons goed gedaan om er even uit te zijn, Jan en ik voelen ons beide relaxed en de stemming is prima, ook al verliep deze dag totaal anders dan we gedacht hadden. Het was wel een avontuur. Een kennis die conducteur is deelt foto’s van een overvol perron en een overvolle trein. Hij is verontwaardigd dat zoveel mensen hebben gekozen voor een dagje uit met de trein. Hij moet zijn werk doen, maar wil wel graag veilig zijn en dat lukt op deze manier niet. Onbegrijpelijk! Jan z’n jongste dochter werkt op het consultatiebureau. Dat is nog gewoon open, omdat baby’s wel ingeënt moeten worden, crisis of geen crisis. Veel andere consulten worden telefonisch gedaan. Zij krijgt vanuit de organisatie waarvoor ze werkt dagelijks updates op protocollen, zodat ze weet hoe hier mee om te gaan. Maar moet haar werk verder zonder bescherming van handschoenen of mondkapjes doen. Boer zoekt vrouw brengt heerlijke afleiding. Even niet aan Corona denken, waar het acht uur journaal bol van stond.

Geschreven door: Redactie

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook