close
  • vrijdag 3 april
Zorg en Zekerheid

Alledagjes: Help! Corona! Een dagboekje (deel 8)

Alledagjes: Help! Corona! Een dagboekje (deel 8)

In tijden van Coronacrisis houdt Tietia Feikens een dagboek bij over alles wat haar bezighoudt in deze zorgelijke, verwarrende en vooral ongekende tijden. Vandaag deel 7. (Eerdere delen: deel 1 , deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7)

Dinsdag 24 maart

Aangezien we geen fysiek contact hebben met onze kinderen en ouders besluiten Jan en ik een filmpje op te nemen voor ze. We doen dit in de vorm van een interview. Ik maak een poster met vragen die we aan elkaar kunnen stellen en hang dit als een soort autocue aan de muur. Het maken van het filmpje is hartstikke leuk en het staat er in één keer op. Hopelijk stimuleert het de rest van de familie ook om zoiets te doen. We krijgen er enthousiaste reacties op en Jan’s jongste dochter en haar vriend sturen niet lang daarna ook een filmpje. Zij hebben het gedaan volgens het format van ‘de slimste mens’ en het is hilarisch! Meer van dit zou ik zeggen, kom maar door!

Ik app even met mijn zoon en die is gelukkig weer aan de beterende hand en heeft geen koorts meer gehad. Wat het ook geweest is, ik ben weer gerustgesteld.

Mijn ouders hebben in een folder van een groot tuincentrum bij hen in de buurt allemaal leuke plantjes gezien en hun handen kriebelen om de tuin wat op te leuken. Of ik die plantjes ook voor hen kan bestellen. Tuurlijk kan ik dat. Maar wat blijkt: bij alles wat ze willen hebben, viooltjes, lavendel, peterselieplantjes, bossen tulpen en nog wat dingen staat: alleen in de winkel te verkrijgen.

Dat is lekker! Nou ben ik niet voor één gat te vangen dus ik ga speuren op internet. Het koste me uiteindelijk anderhalf uur om één bedrijf te vinden dat nagenoeg hun hele bestelling kan thuisbezorgen. Maar inclusief btw en verzendkosten erg duur. Dat vinden mijn ouders te veel van het goeie en hun eerdere enthousiasme is behoorlijk getemperd. Ik verbaas me er over dat niet meer tuincentra, en vooral de grotere, verse bloemen en planten thuisbezorgen. Gat in de markt volgens mij, helemaal nu het voorjaar wordt.

Gelukkig zie ik later op de dag dat een tulpenteler bij mij in de buurt zijn tulpen liever voor een prikje verkoopt dan dat hij ze weg moet gooien. Vijf bossen tulpen, is vijftig tulpen, in één pak voor € 5,- Daar ga ik mijn ouders morgen blij mee maken! En mezelf ook.

Jan heeft er nog steeds moeite mee dat hij zijn collega’s niet meer ziet en dat dit misschien nog wel een hele tijd gaat duren. Dat ze ’s ochtends een briefing hebben via Skype en toch wel veel werkcontact hebben met elkaar brengt weinig verandering in zijn gevoel. Ik lees een, vind ik,  mooie tekst op internet en deel die met hem:

‘Als 1 juni te ver klinkt, focus je dan alleen op vandaag en hoe je deze dag door gaat komen. Als de dag te lang is, kijk dan niet verder dan dit uur. We komen hier doorheen, in kleine stapjes’

Woensdag 25 maart

Boodschappendag. Tijdens het ontbijt vertel ik Jan dat ik helemaal niet zo bang ben voor de corona, behalve als hij boodschappen gaat doen. Ik vraag hem of hij handschoenen en een mondkapje wil dragen. Handschoenen wil hij wel, maar een mondkapje daar bedankt hij voor (even voor de duidelijkheid: het zijn goedkope mondkapjes die ik heb, van papier, niet die ze in ziekenhuizen gebruiken). Maar hij reageert korzelig. Hij vindt het vervelend dat ik hem ‘op de nek zit’. ‘ Dat komt omdat je soms zo achteloos doet, alsof het je allemaal niet zo veel kan schelen, zeg ik, en daar word ik bang van. ‘Ik ben ook heus wel bang, zegt Jan, en ik doe er heus van alles aan om niet besmet te raken’. En hij vertelt me wat hij allemaal doet. ‘Je moet me daarin vertrouwen, zegt Jan, ik ben geen kleuter’. Pats! Ja die komt even aan. Hij heeft gelijk. Maar het gesprekje en het uitspreken van mijn angst heeft me geholpen, ik laat het weer los. Voor even in ieder geval.

Lievelingsbloemen

Als Jan vertrekt om de boodschappen te doen en op kantoor even iets te scannen en uit te printen, stap ik in de auto naar Pietersburum. Daar woont de tulpenteler. ‘Verdwaal je niet?’ heeft Jan me nog gevraagd. Die kent me; ook in Friesland ben ik prima in staat om vreselijk te verdwalen. Met of zonder routeplanner. Maar het valt mee, ik rij er in één streep naar toe. Ik wacht even tot de mevrouw vóór mij klaar is en leg dan twee énorme pakken tulpen achter in mijn auto. Het gepaste geld mag je zelf in een trommel met een gleuf stoppen. Ik stop er samen met het geld ook een kaartje in waar ik op geschreven heb hoe leuk ik het vind dat deze teler zijn tulpen voor een zacht prijsje verkoopt in plaats van ze weg te gooien. Het zijn tenslotte mijn lievelingsbloemen.

Geen knuffel

Even later sta ik op twee meter afstand met mijn ouders te praten. De tulpen en een bak met snert heb ik op hun stoep gelegd. Het is vreemd hoor! Niet even met elkaar kunnen knuffelen. Ik moet wel even wat wegslikken en in mijn moeders stem hoor ik een klein snikje. Mijn vader staat grapjes te maken. Ook een manier om ermee om te gaan. En toch is het fijn om elkaar even te zien. Mijn moeder appt later dat ze er helemaal van is opgefleurd, van mijn bezoekje, maar ook van de tulpen, het zijn ook haar lievelingsbloemen. Eenmaal thuis verdeel ik mijn tulpen over drie vazen en ik glim van genoegen. Helemaal als Jan thuiskomt en ook nog alle boodschappen van het lijstje heeft kunnen meenemen. Zelfs de citroenen die al twee weken niet te krijgen waren.

Geschreven door: Tietia Feikens

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook