close
  • dinsdag 15 oktober
Nostalgie

De zelfbedieningswinkel was er niet altijd

De zelfbedieningswinkel was er niet altijd

Je brood haalde je bij de bakker, je stukje vlees bij de slager en de groenteboer verkocht dat wat het seizoen te bieden had. En toen was daar in de jaren zestig de supermarkt. Waar kwam dat eigenlijk vandaan?

Wie kan het zich nog herinneren dat hij of zij als kind op vrijdagavond of zaterdagochtend met z’n moeder mee boodschappen ging doen? Eerst naar de bakker, dan naar de slager en soms ook nog even naar de groenteboer, alhoewel er ook veel groenten in een vrieskist lag, bijvoorbeeld van het volkstuintje van opa afkomstig. Vaak was het enorm gezellig om al die winkels langs te gaan en kreeg je hier en daar wat toegestopt, een broodje of een plakje worst. En bijna overal hield je moeder wel een praatje.

Tegenwoordig is een ritje naar de supermarkt voor veel mensen een wekelijkse en soms zelfs dagelijkse bezigheid geworden die een stuk minder charme in zich draagt. Je hoeft niemand iets te vragen, je pakt een karretje of een mandje en wandelt langs te schappen om levensmiddelen aan te schaffen. Dat heet een zelfbedieningswinkel. Alsof het nooit anders is geweest, maar dat is het wél. Deze manier van boodschappen doen bestaat officieel sinds 1916.

Piggly wiggly

Het is de Amerikaanse Clarence Saunders die in dat jaar een winkel start waar je zelf je koopwaar kunt pakken. Piggly Wiggly heet de winkel. Ruim vijftien jaar later opent Michael J. Cullen een echt grote winkel die op deze manier werkt: een heuse supermarkt.

In Nederland zijn we zo vlot niet. De echte eerste zelfbedieningszaak is er eentje in Nijmegen, in het jaar 1946. Het is Dirk van den Broek die al snel de slag hier van te pakken krijgt en in Amsterdam ook zo’n zaak begint. Niet Albert Heijn? Nee, die volgt pas in 1952 met een zelfbedieningswinkel, in Schiedam. Hierna gaat het hard en in de jaren zestig is een supermarkt als deze al gewoon geworden.

Boodschappen laten bezorgen

Toch was het best uniek dat zowel brood en vis en vlees in één winkel worden verkocht. Met de komst van de Vestigingswet Bedrijven in 1961 is dat pas toegestaan. In beginsel is het dan ook nog niet een winkel van één bedrijf, maar zitten er meerdere ondernemers bij elkaar: een slager, bakker en groenteman bijvoorbeeld.

Heel af en toe tref je nog zo’n supermarkt waar een ambachtelijke slager als zelfstandig ondernemer deel van uitmaakt, maar veelal haal je al je boodschappen bij één bedrijf. De rijdende winkel, die in de jaren zestig en zeventig door de dorpen gaat, begint ook te verdwijnen. We bestellen tegenwoordig net zo gemakkelijk onze boodschappen bij onze ‘eigen’ super, en laten deze thuis bezorgen. Tot in de keuken aan toe.

Wat we nodig hadden

Het is gemakkelijk en luxe, maar zo gezellig als toen is het niet. Bovendien weten we zelf ook wel dat we met al die reclame en aanbiedingen van supermarkten, meer aanschaffen dan we nodig hebben. Niet iedere aanbieding is een voordeel, of in je eigen voordeel. Met online winkelen geven we sowieso al meer geld uit. De tijd dat we kochten wat we nodig hadden en dat in de winkel zelfstandig afrekenden met contant geld, ligt ver achter ons.

Bron: NPO Focus

Foto kruidenier: CC BY 2.5, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1978209

Geschreven door: Redactie