close
  • dinsdag 15 oktober
Nostalgie

Het dagelijkse weerbericht na het journaal, sinds wanneer is dat er eigenlijk?

Het dagelijkse weerbericht na het journaal, sinds wanneer is dat er eigenlijk?

Het weerbericht aan het einde van het journaal. Vaste prik. Je staat er niet bij stil en het lijkt alsof het altijd zo is geweest. Het weerbericht kent echter een lange geschiedenis.

Weerman Gerrit Hiemstra (foto) heeft af en toe moeite met de overgang van een naargeestig journaalbericht naar het weerbericht, vertelt hij in de Varagids. En eerlijk is eerlijk, als je net naar heel nare beelden van een oorlog hebt zitten kijken, is het een fikse sprong naar een weerpraatje waarbij heerlijk strandweer of een flink pak wintersneeuw worden voorspeld. Toch hoort het weer bij het journaal. We weten niet beter. Maar dat is niet altijd zo geweest. Hoe komen we eigenlijk aan dat weerpraatje aan het einde van het dagelijkse nieuws?

Echt up-to-date was zijn voorspelling niet

De modérne weersverwachtingen ontstonden met de uitvinding van het telegram. Toen kon er immers over een grotere afstand gecommuniceerd worden en konden weersomstandigheden worden doorgegeven. Daarna volgde het rekenen met modellen. Cijfers werden belangrijk. In 1922 berekende meteoroloog Lewis Fry Richardson aan de hand van getallen het weer. Echt up-to-date was die voorspelling nog niet, het duurde immers enige tijd voordat hij uit cijfers en modellen zijn voorspelling klaar had. Dat het dan zou gaan regenen… daar waren de mensen inmiddels al achter na een fikse bui. Bij wijze van spreken dan. Pas met de intrede van de computer, eind jaren vijftig, kon hij zijn voorspellingen tijdiger afleveren.

Menig landbouwer kijkt ernaar als hij ‘s morgens opstaat

Maar daarmee zijn we nog lang niet bij de voorspellingen zoals deze tegenwoordig tot stand komen. Eigenlijk is het weer altijd wel een ‘dingetje’ geweest. Boeren stemden er immers hun landbouwactiviteiten op af, dus het was van groot belang. De vormen en bewegingen van de wolken, daar kijkt nog menig landbouwer naar als hij ’s morgens vroeg opstaat. Dat was ook al zo in 650 voor Christus. Aan de hand van die vormen en bewegingen en een stukje astrologie werd het weer voorspeld. Meteorologie bestond nog niet. Dat introduceerde Aristoteles een paar honderd jaar later pas.

Het was vooral een waarschuwing

En dat ging niet alleen over of het zou gaan regenen of niet, maar ook over het verdampen van water, aardbevingen, het melkwegstelsel en vallende sterren. Het weer was niet gewoon het weer, maar vooral een waarschuwing. Tot ver in de Middeleeuwen hield men vast aan die theorieën die Aristoteles hierover had. Welke weer het zou worden werd vooral afgekeken van hoe de lucht eruit zag en als het nou wéér regende nadat de ochtendlucht rood kleurde, dan zal dat de volgende keer ook wel zo zijn. Voorspellen leek op die manier kinderspel.

In 1854 werd het KNMI opgericht

Nu zijn er mensen die zich daar nog altijd aan vast houden, maar de echte meteorologie, waarmee boeren uit de voeten konden en bijvoorbeeld schepen hun koers konden bepalen zodat ze niet in een dikke storm terecht zouden komen, is van een veel latere datum. In Nederland werd op 31 januari 1854 het KNMI opgericht. Buys Ballot was de initiatiefnemer, een meteoroloog die het van groot maatschappelijk belang achtte dat het weer zo goed mogelijk kon worden voorspeld.

Vanaf 1897 is het KNMI in De Bilt gevestigd. Het duurde echter tot 1920 voordat naast de scheepvaart, bijvoorbeeld ook de luchtvaart het intensief ging inzetten. Een aantal jaren later opent het KNMI een vestiging op Schiphol. Pas na de tweede wereldoorlog gaan meteorologen los: weerstations, ballonnen, radar, satellieten en computers worden ingezet om een zo nauwkeurig mogelijke voorspelling te doen. En ook internationaal wordt er meer en meer samengewerkt.

Weermannen en later ook weervrouwen

En de uitzendingen na het NOS Journaal? Daarvoor moeten we weer even terug in de tijd. In 1924 was er een eigen weerzender die uitzond. Vanaf 1936 werd het weerbericht aan het nieuws vastgeplakt. Toen de televisie zijn intrede deed, speelde het weerbericht er vanaf het begin een vaste rol in. En daarmee ook de weerman, later ook weervrouwen. Het eerste weerbericht werd uitgezonden op 7 oktober 1951. Toen werden weermannen ingezet via het KNMI, nog onherkenbaar in beeld.

Vanaf 1968 nam de nieuwslezer de taak van de weerman over en las deze het bericht voor. In 1982 was de weerman terug in het late NOS-journaal en in 1988 ook weer in het acht uur journaal. De eerste echte hippe weerrubriek was in de jaren negentig te zien op Véronique (later RTL4). De NOS kon daarbij niet achterblijven en ging ook vernieuwen.

Codes geel, oranje en rood

Weermannen en -vrouwen zijn, al vanaf 1999, niet meer in dienst van het KNMI. Ze doen eigen berekeningen en maken gebruik van de dienst, die vooral als kerntaak het ‘waarschuwen’ heeft, zoals het ooit ook is ontstaan. We kennen inmiddels wel de codes geel, oranje en rood. “Het KNMI heeft de data en ik leg aan de kijken en luisteraar uit wat deze getallen betekenen voor de weersverwachting,” zo vertelt weerman Peter Kuipers Munnike in een interview. En dat weerbericht aan het einde van ieder journaal? “In principe wordt het nieuws altijd met het weerbericht afgesloten, inderdaad,” meent Gerrit Hiemstra. “Ook om mensen weer een beetje in normale doen te krijgen”.

Bron: nu.nl / KNMI

Foto: NOS

Geschreven door: Redactie