close
  • zondag 9 december
Werk en opleiding

Portret Riek Landeweerd (64), directeur UMCG

Portret Riek Landeweerd (64), directeur UMCG

‘Een vrouwelijke directeur met een verpleegkundige opleiding, dat is dubbel gehandicapt’

Met één stoel ertussen nemen we plaats aan een grote ronde tafel in haar kantoor. Met haar rood gelakte nagels en gekleed in een tijdloos zwart jasje treft me vooral haar open vriendelijke blik. “Aan deze tafel zit je én dicht bij elkaar en er kan geen sprake zijn van enige hiërarchie.”

Vooral dat laatste vindt Riek Landeweerd belangrijk. Als directeur van het UMCG kiest ze voor een directe wijze van communiceren en gaat het haar er vooral om de mensen een veilig gevoel te geven zodat ieder zijn eigen kwaliteiten tot bloei kan laten komen. “Een goed inlevingsvermogen is daarvoor van belang,” voegt ze direct toe. Een keuze die ze luister bij zet door uit haar kast een beeldje van Einstein te pakken. “Dat beeldje zet ik nog wel eens aan het begin van een vergadering op het midden van de tafel,” zegt ze met een glimlach. Als ze het poppetje neerzet, beweegt Einsteins rechterarm en wijst hij met zijn vinger naar zijn slaap. Een symbolisch gebaar voor ‘koppie koppie’ oftewel: denk na. “Ik hecht er veel waarde aan dat mensen eerst nadenken voordat ze iets zeggen. Dat ze zich goed beseffen hoe iets kan overkomen bij een ander.”
Die menselijke maat is een belangrijke peiler in haar manier van besturen, inmiddels al tien jaar als directeur van het Groningse ziekenhuis. “Ik heb geen bijzondere strategie en hang geen management-theorie aan. Ik wil vooral zo authentiek mogelijk zijn, dicht bij mezelf blijven.”

‘Leiding geven en opvoeden liggen in mijn optiek dicht bij elkaar’

Zo koos ze er in de jaren zeventig bewust voor om als alleenstaande moeder fulltime te blijven werken. “Na een kort huwelijk, wilde ik zelf verder, maar had inmiddels een dochter. Dat was in die tijd opzienbarend. Je werd echt bekeken, maar ik koos bewust voor mijn onafhankelijkheid en na een verpleegkundige opleiding in Enschede in de jaren zeventig kwam ik die jaren als uitzendkracht in het Academisch Ziekenhuis Groningen te werken.” Omdat ik wist dat ik echt als kostwinner door moest, wilde ik iets gaan doen wat ik leuk vind en waar mijn hart ligt. Ik was nog maar een blauwe maandag uitzendkracht toen ik al gevraagd werd leidinggevende te worden.” Ze werd hoofd-verpleegkundige op de afdeling orthopedie. “Leiding geven en opvoeden liggen in mijn optiek dicht bij elkaar. Het gaat in beide gevallen om ruimte geven, vertrouwen hebben, leren loslaten en consequent zijn.”

‘Het personeel liep in die dagen rond in kersttenue vol glitters’

Riek trok echter niet alleen als alleenstaande werkende moeder de aandacht. Als dochter van een vader met een eigen zaak in onder andere kinderwagens en andere babyspullen, had ze ondernemersbloed. Dat uitte zich al snel in allerlei initiatieven. Zo organiseerde ze rond de kerstperiode een aantal bijzondere activiteiten op haar afdeling. “Het was me opgevallen dat het rond kerst altijd zo leeg en stil was op de afdeling orthopedie. Zowel patiënten als personeel moeten gedacht hebben ‘ach, die nieuwe heup kan ook wel na de feestdagen geplaatst’. Ik bedacht een kerstarrangement op de afdeling met onder andere een musical, en het personeel liep in die dagen rond in kersttenue vol glitters. Toen meer en meer mensen daar lucht van kregen, en het er steeds gezelliger werd, wilden mensen ineens wél die operatie rond die tijd. Moest ik bij de voorzitter van de Raad van Bestuur komen en vroeg hij me hoe het toch kon dat in andere ziekenhuizen alle afdelingen orthopedie stil lagen rond kerst, en het bij ons ‘booming’ was.”

De manier van werken van Riek viel op. Het bleek voor de Raad van Bestuur een eye-opener dat er in een ziekenhuis meer mogelijk was dan tot dan toe gedacht en Riek stond op de kaart. De combinatie ondernemerschap en bestuurlijke kwaliteiten maakten haar tot een bijzondere professional en niet lang erna werd ze gevraagd om in te stappen in het invoeren en ook uitvoeren van hernieuwde functies die van werknemers een bredere inzetbaarheid vroeg. Daar had Riek wel oren naar. “Het betekende bijvoorbeeld dat je niet alleen de medische kant in de vingers moest hebben, maar ook thuis was in bijvoorbeeld financiële en organisatorische taken. Om daar aan te kunnen voldoen mocht ik veel opleidingen en cursussen volgen en ik ontwikkelde me tot manager zorg en bedrijfsvoering en daarmee lid van het dagelijks bestuur.”

‘Ik heb altijd zoveel mogelijk sterke mensen om me heen verzameld’

Na vijftien jaar in het AZG werkzaam te zijn geweest, werd Riek gevraagd door de directeur van het Scheper Ziekenhuis in Emmen waar ze de verantwoordelijkheid kreeg voor een aantal grote projecten zoals het verbeteren van de samenwerking tussen verpleegkundig en medisch specialisten, het meewerken aan de overgang naar de nieuwbouw die er werd gepleegd en het gezond maken van de financiën. “Omdat ik me altijd vooral focus op goede communicatie, pasten al deze projecten me goed. Het was in alle gevallen de kern van het werk: de onderlinge relaties verbeteren. Als dat goed zit, kunnen mensen ook goed presteren.” Zeven jaar lang zou Riek er blijven werken als hoofd van alle klinische afdelingen en kreeg later ook de portefeuille algemene patiëntenzorg erbij inclusief alle onderhandelingen met zorgverzekeraars. “Het was vooral schakelen tussen verschillende doelgroepen en een lange termijn visie hebben. Ik vond het heerlijk om mensen te motiveren en dan de plannen zo goed mogelijk uit te voeren.”

“Je moet in zo’n functie veel schakelen tussen doelgroepen en een goeie lange termijn visie hebben. Als professioneel bestuurder leerde ik al snel dat je niet alles zelf kunt doen. Je moet daarom goed weten welke mensen je om je heen hebt. Zijn dat de juiste mensen om de klus te klaren? Ik heb altijd zoveel mogelijk sterke mensen om me heen verzameld. Er zijn directeuren die dat eng vinden, maar ik vind het heerlijk. Het houdt ook mij scherp en het zet aan tot verdieping en professionalisering.”

‘Ik reed naar Enschede, ik zie nog die zwarte lucht voor me, stapte in het crisis-beleidsteam en ben direct gaan regelen’

Net als ze een huis heeft gekocht in Emmen, wordt ze gevraagd om directeur zorginkoop te worden bij een zorgverzekeraar in Enschede en Wageningen. “Ik had al drie keer de boot afgehouden, maar koos er toch voor om deze totaal andere tak van sport op te pakken. Ook al had ik in mijn vorige functie regelmatig aan tafel gezeten met zorginkopers, dit was anders. Het ging om een fusietraject en dat was pittige kost. Voor mij was er inhoudelijk veel nieuw en ook hier moest ik weer mensen samenbrengen.” Het werd een tropenbaan waar Riek zich drie jaar lang meer dan fulltime voor inzette. Tot dat ene moment aanbrak op zaterdag 13 mei 2000. “Het was een prachtige dag met een strakblauwe lucht. Ik zat met mijn dochter op het dakterras te barbecuen toen ik een telefoontje kreeg dat er in Enschede een opslagruimte voor vuurwerk in de brand stond. Niet veel later kwam die enorme ontploffing, waar zowel onze eigen medewerkers als onze verzekerden bij betrokken waren. Ik reed naar Enschede, ik zie nog die zwarte lucht voor me, stapte in het crisis-beleidsteam en ben direct gaan regelen. Het was heel indrukwekkend. Vanaf het eerste moment zit je met mensen om tafel en moet je vanuit het niets met elkaar een ramp gaan besturen. Veertien dagen lang draaide ik volledig op de adrenaline. Het ging om prioriteiten stellen om zo snel mogelijk een goed werkende organisatievorm op te zetten en alles in kaart te brengen. Er waren in het begin veel vermisten, mensen hingen aan je mouwen als je buiten kwam. Zowel journalisten als familieleden. De hele wereld keek mee. Ik heb daar geleerd dat je je gevoel nooit kunt uitschakelen, maar dat je je wel goed moet realiseren wanneer je je professionele jasje aan hebt. Ik heb dat ook altijd zo gevoeld, want werken in een ziekenhuis betekent werken mét mensen en vóor mensen die regelmatig verlies lijden. Op alle mogelijke vlakken. Verlies van het leven, van banen, van gezondheid, van naasten, noem maar op. Ook al kun je geen medelijden met mensen hebben, want dan kun je je werk niet goed doen, je kunt ook niet zonder die sensitiviteit.”

Toen een volgende fusiemogelijkheid zich aandiende, bedankte Riek daarvoor. Na tien jaar keerde ze als organisatie-adviseur terug in het ziekenhuis in Groningen, het is dan het jaar 2000. ‘Ik voelde me thuis in het AZG, vond het een prachtig bedrijf. Ik had er immers tien jaar daarvoor alle mogelijke kansen gekregen om me te scholen en verder te ontwikkelen. Ook in Emmen had ik opleidingen gevolgd hoor. Zelfs een opleiding tot ‘aankomend ziekenhuis directeur’. Zo heette dat echt, maar dat durfde ik eigenlijk niemand te zeggen,” voegt ze lachend toe. ‘Alle zeventien cursisten zijn overigens wel ergens directeur geworden.” Eenmaal weer in Groningen werd het een tijd waarbij haar ondernemerskwaliteiten opnieuw de kans kregen. “Zo zag ik dat er veel geld werd geïnvesteerd in een externe advies organisatie. Ik was van mening dat we prima zelf een organisatie-adviesbureau konden starten en dat geld wel beter konden besteden. Dat adviesbureau bestaat nu nog.”

‘Ik doorbrak het taboe dat je als alleenstaande moeder niet fulltime kon werken’

Ze kreeg in die periode meer tijd voor zichzelf omdat haar dochter inmiddels was gaan studeren in Amsterdam. “Ik had haar jong gekregen, 21 was ik toen nog maar. Ik studeerde op de dagen dat ze bij haar vader was en als ik werkte ging ze naar de crèche, de allereerste in Groningen. Ik was in die tijd een rolmodel voor velen, ik doorbrak het taboe dat je als alleenstaande moeder niet fulltime kon werken.” Lachend: “Ze is inmiddels bijna 43 jaar en heeft er geen trauma’s aan overgehouden. Het is niet zo dat ik altijd alleen maar werkte hoor. We hebben samen veel gereisd. Ik heb beide altijd zorgvuldig willen doen: de opvoeding van mijn kind en mijn werk. Ik gaf 120 procent, en het is volgens mij goed gelukt. Maar toen ik terug was bij het AZG had ik ook mijn vrijheid weer terug en kon ik mijn vleugels uitslaan.”

“Ik heb de stappen in mijn carrière altijd afgestemd op mijn privé leven. Ik zie dat tegenwoordig bij jonge mensen nogal eens verkeerd gaan. Een burn-out ligt dan op de loer. Onlangs nog sprak ik in het ziekenhuis een jonge vrouwelijke onderzoekster. Ze vertelde me dat ze weliswaar heel hard wilde werken, maar ook een balans zocht met haar privéleven. Ze hechtte niet zozeer belang in het hebben van een mooi huis of een mooie auto, maar wilde wel graag haar tijd flexibel in kunnen delen en de mogelijkheid hebben om ook in het buitenland te werken. Dat is typisch de millenium-generatie en dat vind ik prachtig. Haar leidinggevende, een hoogleraar van de oudere generatie, viel om van verbazing dat ze ook nog eens aankondigde een sabbatical van drie maanden te willen. Dat zijn twee verschillende werelden, en het is heel boeiend die twee goed samen te brengen. In het UMCG werken nu wel vier generaties en om die samenwerking zo optimaal mogelijk te laten verlopen heb ik onlangs een generatieshow georganiseerd. Ik had vier acteurs ingehuurd, ieder stond voor een bepaalde generatie. En ik heb ze een en ander laten uitspelen. Dat was heel verhelderend. Nu moet het nog in de praktijk vorm krijgen. Een goed voorbeeld is het invoeren van het nieuwe patiëntendossier, de EPD. Voor de jongere generatie is dat bijna als ‘appeltje-eitje’, de oudere generatie vindt het maar ingewikkeld en daar zie je angst voor verandering. Die vragen zich af of ze dan niet teveel computertijd kwijt zijn en nog wel genoeg tijd voor hun patiënten hebben. Het gaat mij erom de krachten, de kwaliteiten van beide groepen samen te brengen. Ik laat nu de jongere medisch studenten de oudere generatie wegwijs maken op het gebied van die patiëntendossiers. Als die verbinding goed tot stand komt, kun je een bedrijf echt vooruit helpen.”

‘Ik dacht nog even, ik word straks oma, misschien moet ik een dagje minder, maar dit was weer een te leuke uitdaging’

Uiteindelijk werd Riek in het Groningse ziekenhuis directeur sector C met in haar portefeuille Genetica, Urologie, Obstetrie en Gynaecologie, het Beatrix Kinderziekenhuis, Universitair Centrum Psychiatrie en het Centrum voor Revalidatie Beatrixoord in Haren. In totaal 2800 medewerkers. “Ik dacht nog even, ik word straks oma, misschien moet ik een dagje minder, maar dit was weer een te leuke uitdaging. Ik kende bijna alle afdelingen van binnenuit en ik zei ja. Alle afdelingshoofden, hoogleraren, hebben een eigen bestuur per afdeling. En inderdaad, dat zijn zes mannen. Ik ben niet anders gewend dan met mannen te werken. In die wereld was ik lange tijd als én vrouw én verpleegkundige dubbelgehandicapt als je het over een directeurschap hebt. Daarom heb ik die bewuste hoogleraren allemaal vooraf persoonlijk gesproken en gevraagd wat ze daar van vonden. De conclusie was: doen!”

In februari is ze tien jaar directeur en stapt ze op. “Ik ben weer met een opleiding begonnen: verlieskunde. Ik wordt pro deo rouwcoach. Daar ligt echt een passie van mij. In december moet ik eindexamen doen. Ik ben nu druk met mijn scriptie.” Daarnaast heeft ze een passie voor kunst. Haar tweede echtgenoot runt het Huis voor de Kunst in Veendam. “Ik kijk er naar uit om me ook met het verzamelen van kunst bezig te gaan houden. Tot nu toe was het altijd zo dat hij bijvoorbeeld naar Milaan afreisde of Florence. Ik ging altijd naar Hanzeplein 1. Na 47 jaar fulltime werken mag dat wel een keer anders.”

 

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook