close
  • vrijdag 3 april
Wonen

Wat je moet weten over hout en vuurtje stoken

Wat je moet weten over hout en vuurtje stoken

‘Had je er weinig van, dan leed je kou. Had je té weinig, dan ging je dood’. Tot zover de betekenis van hout voor de eerste Scandinaviërs. Maar wat betekent hout voor de moderne mens?

Verbeek vertelt over de blokhut waar hij in woont en Renate vertelt dat ze af en toe gek wordt van Erben omdat hij zo vaak over bomen praat. Pechtold trekt vervolgens zijn jasje uit en doet voor hoe hij de met zorg uitgezochte bijl een zwaai geeft. Over een boek is zelden zo vurig gesproken. Titel: De man & Het Hout van de Noorse schrijver Lars Mytting is een onverwachte bestseller. Het verscheen in 2011 en is één van de best verkochte Scandinavische boeken aller tijden.

Dat is best verklaarbaar; zeg je Scandinavië dan denk je aan hout en houtkachels. Maar dat een boek over hout hakken, stapelen en stoken ook in ons land zo’n groot succes is, is misschien verrassender. Een tijd geleden werd het boek aan tafel bij De Wereld Draait Door besproken en Alexander Pechtold, Erben Wennemars en Gert-Jan Verbeek hielden een hartstochtelijk pleidooi. Een kijkje in het heiligdom van de man.

Hij wordt met de dag energieker, zijn levensmoed groeit

Stel je een oude man voor. Hij heeft een longziekte en komt vrijwel de hele winter niet buiten. En dan, op een voorjaarsdag komt er een tractor met aanhanger zijn erf opgereden, volgeladen met hout. De oude man verwisselt zijn pantoffels voor schoenen en begint in een rustig tempo het hout te stapelen. Hij doet er een paar maanden over, met de nodige pauzes en wordt met de dag energieker, zijn levensmoed groeit. Op een dag zijn er alleen nog maar spaanders over en die verzamelt hij als aanmaakhoutjes. De klus is geklaard. Met deze anekdote begint het boek.

Het is die oude man en zijn liefde voor hout die de inspiratie vormde voor het boek ‘De Man & Het Hout’. Het boek is een reis door het hele proces, van boom in het bos, tot vuur in de kachel. Waar je moet kappen, dat een kettingzaag gevaarlijk is (‘Je ondervindt geen plezier van de warmte van het hout wanneer er lichaamsdelen in een container bij de eerste hulp van het ziekenhuis liggen’), welke bomen het beste brandhout geven en dat een beschermende broek prioriteit heeft bij de aanschaf van je materiaal omdat die ontrafelt en de kettingzaag stopt, mocht die door de stof gaan. Een handgrijper blijkt ergonomisch gezien onmisbaar, een goede bijl is het waard om je naam in te laten graveren en de schoorsteenveger is de beste vriend van de houtstoker.

Naar aanleiding van het boek een aantal weetjes op een rij:

Houtziekte

-Mannen, meestal boven de zestig, die al hun vrije tijd doorbrengen met houthakken, lijden aan ‘houtziekte’. Daarbij wordt het kloven vaak ervaren als het meest bevredigende deel van het hele proces. Verder blijken er ook nog kicks te halen uit het opstapelen, een hele kunst. Sculptuurstapelen is er een voorbeeld van. Wist je overigens dat er ieder jaar in het hoge Noorden wedstrijden gehouden wie de mooiste sculptuur kan maken? In het boek staat een foto met een houtstapel in de vorm van een portret van componist Rossini!

Houtverbruik

-In Noorwegen verbruikt men in een middelkoude winter 1,5 miljoen ton hout. Als je dat in blokken van 30 centimeter 2 meter hoog opstapelt, dan geeft dat een houtstapel van 7200 kilometer lang. Dat is van Oslo naar Congo. Dan schrik je toch even van de hoeveelheid, maar dat enorme houtverbruik is maar 12 procent van de nieuwe aanwas bos per jaar. Er zijn gewoon heel veel bomen in Noorwegen.

Houtkachel

-Hout en vuur blijken echt een exclusieve mannenaangelegenheid. De vrouw blijkt slechts een rol te spelen bij de aanschaf van de houtkachel. In negen van de tien gevallen beslist zij over het model en de kleur, omdat de dames natuurlijk geen lelijke kachel in hun huis willen hebben. Er is wel enige kritiek op het standpunt dat hout vooral iets voor mannen is trouwens. Bij de reviews van het boek is er een reactie van een vrouw die zich afvraagt in welke eeuw we leven. Daar zit wat in, vrouwen kunnen prima vuur maken, maar het zijn toch vooral mannen die er zich over het algemeen meer mee bezig houden. Er zijn ook mannelijke breiers, maar dat wordt toch ook vooral als een vrouwending gezien.

Houtvuur

-Vuur blijkt niet alleen een warmtebron, maar ook iets magisch te hebben. Altijd weer komt die dag, ergens in de herfst, dat de kou echt zijn intrede doet en het hout eindelijk in de kachel mag. En dan doen alle eigenschappen zijn intrede: het licht dat staat voor het goede en de duisternis voor het kwade, en tegelijkertijd heeft vuur een machtige en verwoestende kracht. En dan is het knapperende houtvuur een bron van warmte, een explosie van geur en brengt het een gevoel van kalmte. Dat laatste blijkt onder meer uit het volgende citaat: ‘Ik open de smeedijzeren deur, waarachter de gekloofde berkenblokken als roodgele slangen liggen, en waar kleine groene en blauwe vlammen sissend uit de as schieten. Ik realiseer me dat het een oeroude truc is, misschien wel de aller-oudste, als het er om gaat zowel jong als oud te kalmeren. Zo hebben we gezeten: honderden, duizenden jaren.” – Ingvar Ambjørnsen

Houtkleuren

-Voor wie het thema hout liever lekker binnen bij de centrale verwarming wil beleven, beter kan omgaan met een kleurpotlood dan met een bijl of weinig zin heeft in al dat gesjouw en gehak, is er een kleurboek voor volwassenen uitgebracht dat gebaseerd is op het boek. Lekker nerven kleuren, dat zal vast ook heel kalmerend zijn.

Bron: De Man & Het Hout – Lars Mytting

Geschreven door: Boukje Wiersma