close
  • woensdag 27 mei
Zorg en Zekerheid

Alledagjes: Help! Corona! Een dagboekje (deel 33)

Alledagjes: Help! Corona! Een dagboekje (deel 33)

In tijden van Coronacrisis houdt Tietia Feikens een dagboek bij over alles wat haar bezighoudt in deze zorgelijke, verwarrende en vooral ongekende tijden. Vandaag deel 33. (Eerdere delen zijn te lezen via deze link).

Vrijdag 15 mei

Gatver! We worden met zijn allen weer een financiële depressie ingepraat. Kijk we weten allemaal dat de economie een enorme klap heeft gekregen, dat is een feit. Maar het is maar net hoe je dit brengt. De deskundigen op tv en in de media nemen grote woorden en zinnen in de mond als: ‘we stevenen met zijn allen op een inktzwarte recessie af’ ‘Het wordt erger dan het ooit is geweest’ bla bla bla bla! Daar word ik nou zó chagrijnig van! Waarom zou je niet zeggen: ‘ we gaan het voor de kiezen krijgen maar tijdens de afgelopen maanden hebben we bewezen dat we over een enorme veerkracht en creativiteit te beschikken. Laten we die inzetten om de post-corona tijd met elkaar door te komen. Samen. Laten we initiatieven bedenken om elkaar helpen. Het zal niet makkelijk worden maar we kunnen dit! Samen kunnen we dit’. Dat soort uitspraken. Ik geloof dat je mensen vooral moed in moet praten en perspectief moet geven, want dan krijgen ze hoop en vertrouwen. In het begin van de crisis werd er ook op deze manier op ons ingepraat en daardoor dachten we: we gaan dit doen, we kunnen dit. En omdat we vertrouwen hadden werden we creatief. We leerden met de corona crisis te leven. En nu heeft de maatschappij opnieuw bemoedigende woorden nodig om te zorgen dat de burgers weer in een positieve flow komen met elkaar en in oplossingen gaan denken in plaats van in problemen. Maar het lijkt wel of we een beetje moe en somber worden met zijn allen. Terwijl we het financieel potverdorie nog beter doen dan de meeste andere Europese landen. Zag ik nou echt zorgen-rimpeltjes in het gezicht van onze minister president? Kom op Mark, neem even een weekje vrij, zet een tent in je achtertuin, ga kamperen, laad je even op en neem ons weer mee op een positieve manier, zoals jij dat zo goed kunt. Dit is dus mijn oproep aan de regering en aan de media: kom op mensen! Help ons positief te blijven en wees je bewust van de uitwerking van je woorden. Jullie kunnen ons maken en breken.

Zaterdag 16 mei

Maar gauw dat negatieve gezeik vergeten door lekker bezig te gaan; caravan poetsen. En caravanspullen opzoeken, die in dozen en zakken op verschillende plekken in huis achter luiken en in kasten staan. Heerlijk, verstand op nul en bezig zijn met iets positiefs. Jan is het onkruid tussen de stenen weg aan het branden, ook even lekker in zijn eigen bubbel. We willen de boel een beetje netjes achterlaten, voor als Jan zijn broer vanaf komend weekend twee weken in ons huis komt verblijven. En wij met ons huis op wielen richting Luxemburg vertrekken.

Vorig jaar rond deze tijd gingen Jan en ik met nog een aantal mensen op vogelexcursie in de weilanden bij Baaium. Buurman Marten boert daar op een ecologische manier, samen met nog een stuk of 8 anderen in een gebied van 500 hectare, dat niet doorkruist wordt door wegen en vaarten en dat daarmee een eldorado is voor weidevogels. Door de inspanningen van deze ploeg boeren met als voorvechter buurman Marten, is de weidevogelstand drastisch toegenomen. Sterker nog in deze 500 hectare wemelt het van de vogels! De boeren moeten er heel wat voor over hebben. Zo mogen ze op sommige percelen pas na een bepaalde datum maaien, vanwege de nesten. Dat betekent minder grasopbrengst en dus minder voedsel voor de koeien, die dan op een andere manier bijgevoerd moeten worden. Op financieel gebied kost het hen dus ook wel het één en ander maar ze hebben het graag voor de vogels over. Marten is trots op wat ze bereikt hebben en laat dit graag zien. Met hun prachtige project halen ze regelmatig de media. Jan en ik hebben van de safari genoten! Wát een verschillende vogels zagen we daar in het land. Het was een prachtige en leerzame belevenis.

We zeiden toen direct: ‘dit moet pa zien!’ Mijn  vader is zijn leven lang al een veldman. Als jongen al zocht hij eieren en toen hij volwassen was deed hij dit nog steeds. Niet zelden vergezelde ik hem op zijn tochten, aangezien ik zijn liefde voor natuur ook geërfd heb. Als tegenprestatie voor zijn eierzoek-vergunning werd mijn vader nestbeschermer bij de vogelwacht. Dan kon hij in het land zijn en intens van de natuur genieten. Zijn lust en zijn leven! We vroegen toen Marten of mijn ouders een keer mee mochten op safari en dat mocht. Vandaag was het zover. We, Jan en ik en mijn ouders, stapten met zijn vieren bij Marten in de bus, die hij speciaal voor dit doel verbouwd heeft: banken er in en ramen er uit. Doordat het een ruime bus is konden we op anderhalve meter van elkaar zitten. We waren nog maar net op weg of het wemelde al van de grutto’s, kievieten, tureluurs, kluten, sterns, Canadese bergeenden en meer. Marten vertelde er van alles over en ook over hoe hij en zijn collega’s het land beheren om de weidevogels vrij spel te geven. Daarbij moeten ze ook zorgen dat roofdieren, zoals vossen niet alle kuikens opvreten. En ze maken plas-dras gebieden die insecten aantrekken waardoor de vogels genoeg voedsel hebben. Regelmatig zette Marten de bus stil zodat we, al of niet met verrekijker, konden kijken of fotograferen met als enige achtergrond geluid de vele vogels. Prachtig!

Dat vonden mijn ouders ook, die van alles wilden weten en veel vragen stelden. Ze genoten. Dat was de bedoeling van deze safari, mijn ouders even lekker laten genieten. Voor de coronacrisis gingen ze elke middag met zijn tweeën op stap. Lekker toeren in de auto, op weg naar een leuk stadje of dorpje. Deze middagen eindigden steevast in een restaurant of op een gezellig terras voor een lekker bakje koffie met een bittergarnituurtje, of ergens een lekker gebakken visje snaaien. Maar als donderslag bij heldere hemel hield hun liefhebberij op toen de restaurants moesten sluiten. Een dagelijks wandelingetje was wat er overbleef. Ze zeurden nooit hoor, maar ook voor hen werd het leven een stuk saaier. Dus het deed Jan en mij goed dat we ze deze leuke middag konden bezorgen, die eindigde met koffie, in de gezellige boerenkeuken van Anneke, Marten’s vrouw. Marten zelf ging weer over tot de orde van de dag; er moesten koeien worden gemolken.

Zondag 17 mei

Nadat Jan en ik het huis gepoetst hebben kiest hij er voor om lekker te gaan racefietsen en ik kies ervoor heerlijk uit te puffen in de tuin. Het waait bijna niet meer en de temperatuur is heerlijk. Bakje koffie, goed boek er bij, wie doet je wat! Zo zit ik er nog bij als Jan na een uur of anderhalf weer terugkomt, bezweet en vooral ook beschadigd. Dat is niet voor het eerst. Hij is over de kop geslagen met de fiets en dat is ook niet voor het eerst. Hij heeft onderweg zijn band moeten plakken want die was lek gereden door de val. Zijn schouder, pink, elleboog en enkel bloeden, maar het zijn schaafwonden en hij heeft godzijdank niets gebroken. Jan is in zijn hoofd nog altijd de strakke, lenige atleet van vroeger maar zijn lichaam is 61. Ja dat gaat wrikken hè? Ik ben opgelucht dat de schade mee valt want dat had ook erger gekund. Het scheelde niks of we hadden onze vakantie kunnen vergeten.

Aan het eind van de middag komt Jan zijn oudste dochter G. met onze kleindochter. “Even een bakkie doen op de vlonder?” appt G. dan. Jan en ik zitten verliefd naar onze kleindochter te kijken, dat kleine, mooie wezentje dat sinds kort loopt en daardoor zo aandoenlijk is. Ze speelt met het speelgoed dat we hebben neergezet, maar het mooiste is de sleutelbos van haar moeder. Jan en ik moeten ons geweld aan doen om het kleine ding niet even op te pakken en te knuffelen, maar we doen het toch nog maar niet. Hopelijk binnenkort weer. Als G. en Z. weer vertrekken pakt G. de skottelbraai achter uit de auto, die gaat mee naar Luxemburg, zodat we lekker buiten kunnen kokkerellen. Van de week ga ik nog even bellen met de campingeigenaars om te checken of echt alles oke is daar. Of het gedeeld sanitair open is bijvoorbeeld. Als dit niet het geval is weet ik niet of we kunnen gaan. Hopelijk hebben ze goede WIFI daar, want mijn laptop gaat ook mee. Ik hoop ook in Luxemburg te kunnen blijven schrijven aan mijn Corona dagboek.

Geschreven door: Tietia Feikens

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook